Direct contact met ons?
030 72 10 714

Uitkeringen

‹ Terug naar Ambtenarenrecht

Tot 2001 vielen ambtenaren onder de wachtgeldregelingen bij werkloosheid. De uitkering op basis van de wachtgeldregeling was hoger dan de gewone WW-uitkering. Vanaf 2001 vallen ambtenaren net als gewone werknemers onder het regiem van de Werkloosheidswet.

Om het verschil tussen de hoogte van het toenmalige wachtgeld en de WW-uitkering te compenseren, kunnen ambtenaren meestal tevens aanspraak maken op een bovenwettelijke en/of aansluitende uitkering. De overheid heeft de uitkeringsregelingen uitbesteed aan het UWV. Overheidswerkgevers zijn wel eigenrisicodrager ten aanzien van WW-uitkeringen. Dit houdt in dat de overheid de kosten van de uitkeringen zelf moet vergoeden.

Werkloosheidsuitkering

Ambtenaren hebben in beginsel ook recht op een werkloosheidsuitkering (WW-uitkering) bij baanverlies. Om in aanmerking te komen voor een WW-uitkering moet aan een aantal voorwaarden zijn voldaan:

  1. De ambtenaar moet werkloos zijn. Hiervan is sprake indien de ambtenaar tenminste vijf arbeidsuren per week verliest (of de helft van het gemiddelde aantal arbeidsuren bij een werkweek van minder dan tien uur).
  2. De ambtenaar dient geen recht te hebben op doorbetaling van loon over de verloren uren. Hierbij kan worden gedacht aan een ambtenaar die door de overheidswerkgever niet tewerkgesteld wordt en wel aanspraak houdt op loon. Deze ambtenaar is dan niet werkloos.
  3. De ambtenaar mag niet verwijtbaar werkloos zijn. De ambtenaar die door middel van een strafontslag (vergelijkbaar met ontslag op staande voet) is ontslagen of zelf zijn aanstelling opzegt, zal geen aanspraak kunnen maken op een WW-uitkering. Immers, op deze wijze kan het UWV oordelen dat een werknemer het ontslag aan zichzelf te wijten heeft.
  4. De ambtenaar moet beschikbaar zijn voor het verrichten van arbeid.
  5. Er moet worden voldaan aan de wekeneis. Dit houdt in dat de ambtenaar in de afgelopen 36 weken minimaal 26 weken heeft gewerkt. Een week telt al mee als de ambtenaar op één dag in die week heeft gewerkt. Indien er gedurende deze periode sprake is van ziekte of arbeidsongeschiktheid, dan mogen deze weken ook op worden geteld bij de gewerkte weken.
    Een WW-uitkering bedraagt de eerste twee maanden 75% van het laatstverdiende loon (dagloon). Hierbij wordt uitgegaan van het loon dat een ambtenaar verdiende in het jaar vóórdat hij werkloos werd, waarbij wel een maximum geldt voor de hoogte van de uitkering. Na de eerste twee maanden ontvangt de ambtenaar 70% van zijn laatstverdiende loon.

Een WW-uitkering minimaal 3 maanden en vanaf 1 januari 2015 maximaal 24 maanden, hetgeen afhankelijk is van het arbeidsverleden.

Bovenwettelijke uitkering

De bovenwettelijke uitkering is een aanvulling op de WW-uitkering. De bovenwettelijke uitkering wordt per overheidssector geregeld in de rechtspositieregeling en kan daardoor per sector verschillen. Om in een concrete situatie te kunnen beoordelen of recht bestaat op een bovenwettelijke uitkering, moet altijd de betreffende rechtspositieregeling worden geraadpleegd.

De bovenwettelijke uitkering vult de WW-uitkering aan tot een bepaald percentage. De bovenwettelijke uitkering kent geen maximaal dagloon, wat gunstig kan zijn voor ambtenaren met inkomens die hoger zijn dan het maximum dagloon.

Een voorwaarden voor de verkrijging van een bovenwettelijke uitkering is dat de ambtenaar een WW-uitkering ontvangt. Als de ambtenaar geen WW-uitkering ontvangt zal hij of zij ook geen aanspraak kunnen maken op een bovenwettelijke uitkering.

Aansluitende uitkering

Indien een ambtenaar een kortere uitkeringsduur heeft dan hij zou hebben onder de oude wachtgeldregeling, dan kan de ambtenaar in de meeste gevallen ook aanspraak maken op een aansluitende uitkering. De aansluitende uitkering wordt pas verstrekt als de ambtenaar na afloop van de WW-uitkering nog geen werk heeft.

De duur en de hoogte van de aansluitende uitkering is afhankelijk van de rechtpositieregeling. Voor de verkrijging van de aansluitende uitkering is het vereist dat de ambtenaar aanspraak maakt op een WW-uitkering.

Afkopen uitkering

Onder omstandigheden is het mogelijk om geheel of gedeeltelijk uw uitkeringsrechten te laten afkopen. Dit houdt in dat het niet langer mogelijk is om maandelijks aanspraak te maken op een uitkering, maar dat in plaats daarvan een eenmalige uitkering wordt gedaan ter vervanging. De hoogte van de afkoopsom wordt bepaald in overleg met de overheidswerkgever. Indien u overweegt om uw uitkeringsrechten af te laten kopen, dan is het raadzaam om u in de onderhandelingen met de overheidswerkgever bij te laten staan door een jurist die uw belangen vertegenwoordigd.

Lees Meer: Het ontslagrecht voor ambtenaren en de werkloosheidsuitkering

Laatste video blog

Wat te doen met een zieke werknemer?

Gepubliceerd op 10 nov. 2017

Als werkgever kan je te maken krijgen met een zieke werknemer. Maar wat zijn als werkgever je rechten en plichten en hoe kan je een zieke werknemer helpen? Specialist arbeidsrecht Jony van Beers legt in 5 stappen uit wat je als werkgever kunt doen.